Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem aan. Daar komt Driekes al met een opgevouwen cape op den bagagedrager. Hij is altijd attent, hij zal wel zorgen, dat alles in orde komt, daar kunt u gerust op zijn.

— De andere lui slapen als stieren, vertelde Driekes en nu zegt u maar links of rechts, mevrouw, of u trekt maar aan een van mijn armen, dan kom ik er wel. Zit u goed ? Mijn naam is Rekx, stelde hij zich voor. Is het kind allang ziek?

— Nee, vannacht is het opeens zoo erg geworden. Ze wendde haar hoofd af onder zijn plotseling spiedenden blik. Ja, ik zit heel goed.

— Als u uw adres aan mijn vriend geeft, zei de man met de lantaarn, zullen we uw fiets wel thuis bezorgen. Dag mevrouw, het beste met uw zieke!

Zooals hij trapte. Alsof er geen storm was en geen Mia, die hij had mee te torsen. Ze konden niet praten. Hij reed ingespannen met gekromden rug en elk woord ging verloren in den wind.

Het was ook heerlijker te zwijgen in dit wonderlijk uur met de zware, jagende wolken boven haar hoofd, temidden van al die groote geluiden van den geweldigen storm, die niets ontzag, niemand achtte.

En in dien donkeren nacht vol geraas, waarin alle menschen zich veilig geborgen hadden in hun besloten huizen, gingen zij beiden over de oneindige wereld: een sterke jongen met behulpzame handen, die onverschrokken tegenover de altijd weer aanrukkende, dreigende vlagen, al vechtende haar voerde naar het einddoel van haar tocht. En het was Johan Diederick Rekx. Nu kwamen ze al bij den straatweg. Ze zag de witte

Het Verstopte Huuske

12

Sluiten