Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f

— Die eet ik op, natuurlijk.

— 't Lijkt wel, of je geen tand meer in je mond hebt, zoo klein is hij gesneden.

— 't Is juist zoo erg gezond, kleine en langzame hapjes te eten; dan kun je toe met de helft van het voedsel, dat je in groote happen eet. Dat heb ik eens in een wetenschappelijk artikel gelezen. En nu ga ik den tuin netjes maken, er ligt zooveel rommel op den grond; de appelboomen hebben zich wonderlijk goed gehouden, ik geloof, dat het Huuske ze nog wat beschut heeft. Maar er liggen veel doode takjes en bladeren en ik moet erg aan 't binden van de zonnebloemen en dahlia's. Terwijl Lucie kousen zat te stoppen naast Pietjes bed, harkte en ordende Mia den tuin. Polleke liep met een groote mand achter haar en vergaarde alle overtolligheden.

— En nu, zei Mia, gaan we het terrasje schoon maken, haal maar eens .... een dweil ? dacht ze — nee, daar ga ik zoo onhandig mee te werk . . . haal den zeilzwabber maar eens, Pol, dan zijn we in een oogenblik klaar. En dan gaan we bessen en frambozen plukken.

— Komt er dan visite ?

— Ja, dat kan best zijn.

— Wie dan?

— Ik denk tante Ruut en als de dokter komt, zal hij ook wel zin in een bordje frissche vruchten hebben.

— Bij moeke, zei Polleke, eet de dokter nooit frambozen. Om half vijf, toen Mia in een witte japon achter een overvloedige theetafel zat, tingelde de vroolijke klank van een fietsbel door het bosch.

Sluiten