Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Hoor hem den Dominee .... spotte Bleijen-

berg.

Maar Lucie sprak ernstig: „En menschenkinderen als wij zijn altijd min of meer verwend door het leven en ik geloof ook, misplaatst ijdel . . . ."

— En waarachtig zijn jullie ijdel, riep Bleijenberg met zijn overmoedige stem, jullie, die jezelf op dit oogenblik zoo quasi-bescheiden weggooit, die je allemaal verbeeldt verwende menschen te zijn. Ik verzeker je, dat ik n i e t verwend ben; we zijn thuis altijd kort gehouden, we werden met een ouderwetsche, sterke hand geregeerd, we zijn de traditie getrouw naar Leiden gegaan en we moesten de traditie getrouw vlug afstudeeren, zonder hulp, zonder stralen, we worden de traditie getrouw allemaal corps-lid met de traditioneele beperkte beurs; we heeten van mijn broertje, die eerstejaars is, tot Oom Hendrik, de Prof in 'tRomeinsch Recht, met zijn zeven zonen, de arme Bleijenbergs. In Utrecht zetelt de tak van de paardrijers en de bezetters van de lustrumbaantjes, die noemen ze de richards. Nee, mij hoef je niet bij de verwende schepselen te rekenen; ik kan, om met Rekx te spreken, m'n leven «en harde noodzakelijkheid noemen.

— Een milde noodzakelijkheid, zei Lucie glimlachend en het feit, dat je hier op een zomeravond om dit prachtige vuur zit, zonder één plicht, één belemmering voor vanavond of voor de komende dagen, maakt je al tot een verwend mensch — een uitzonderingsmensch.

— Ja zoo is het, knikte Mia in de richting van Lucie, die stil in de vlammen staarde en weer het gevoel had

Het Verstopte Huuske

14

Sluiten