Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo onschuldig als toen u nog een klein meisje was, nu heeft Brecht het gevoel, of alle kwaad uit de wereld verdwenen is.

Ondanks Brechts onbeholpen toespraak, voelde Mia toch iets plechtigs in dit oogenblik.

Wat is het? zocht ze, waarom vind ik dit allemaal niet zoo erg dwaas?

Ze keek naar Brecht, die haar een oude, verweerde hand toestak over de tafel heen en ze legde er de hare in. Omdat het eigenlijk nicht Christien was, die ons weer tot elkaar bracht, Brecht naar mij en mij naar Brecht?

Ze zaten ieder aan een kant van de vierkante keukentafel. Boven het oude en het jonge hoofd zongde kanariewiwi smeltende trillertjes, als bezegeling van dit zoete verbond en naast het fornuis hing de veelkleurige flesch aan den betegelden wand.

— Ach, zei Mia, de flesch ....

Brecht haakte hem af.

— Ja, bekijkt u hem maar weer eens, Brecht weet nog wel, hoe mooi u hem vroeger vond. Hij is ongeschonden door de tijd gekomen, behalve twee wiekjes, die hebben losgelaten. In 't dorp kan niemand hem herstellen, zelfs de horlogemaker niet. 't Is echt kunstenaarswerk, zegt ie en zoo is het. Als u denkt, dat m'n oome Marinus zijn handen altijd beefden van de drank en dat hij daarmee zulke kunstproducten gewrocht heeft .... niet één, maar tientallen, twintigtallen. Wat een arbeid en overleg, wat een smaak, juffrouw Mia!

Als eens, toen ze nog een klein meisje was, zat Mia met

Sluiten