Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afhouden, nu u hem eindelijk weer in uw handen heeft.

Dan heeft u nog altijd een nagedachtenis, als Brecht allang en voor eeuwig rust onder . . .

— Hè nee, Brecht, huiverde Mia en ze zag opeens weer de vergeten flesch in haar handen, dat wordt zoo akelig.

— Ja, u hebt gelijk, bedacht Brecht, erfenissen brengen dikwijls ongenoegen aan en m'n zwager aan den straatweg heeft er al die jaren al een hebzuchtig oog op geslagen.

— O, maar laat hij dan .... zei Mia gul en haastig. En ze was een oogenblik geheel ontzet bij de gedachte aan mooglijke toenadering of strubbeling met den gehaten kippezwager.

— Nee, besliste Brecht, néé mijn zwager nóóit. . .

hij is een slecht man, juffrouw Mia; hij zet de boosheid aan in 't hart van een onschuldig mensch, tot ze er zelf in verstikt. En als ik niet de goede herinneringen aan m'n lieve juffrouw Chrisje bewaard en beschut had, zou alles verkeerd gegaan zijn met Brecht. Maar nu heeft Brecht bijtijds het wijze inzicht terug verworven. En ik beloof u, juffrouw Mia, u krijgt van mij de flesch van m'n oome Marinus .... als u trouwt!

— O, Brecht I riep Mia en ze sprong op en tot haar eigen ergernis kleurde ze tot diep in haar hals, o, Brecht, ik... dat vind ik heerlijk en die vroolijke flesch hoort ook veel meer bij een bruiloft dan bij een graf.

Er was opeens voor het huis een koor van veel blijde stemmen.

Sluiten