Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK 1.

KENNISMAKING MET DE HOOFDPERSONEN 't Liep tegen Kerstmis.

'n Witte Kerstmis zou het dit jaar wel niet zijn. December was anders zo mooi begonnen, helder weer en vorst. Vooral 's nachts vroor het. De gracht rond het kasteel lag al dicht. Donker ijs, haast zwart en gelukkig hadden de bomen al vroeg hun bladeren laten vallen, zodat het ijs werkelijk wat beloofde.

's Morgens stonden de schooljongens al aan de kant en trapten met de klompen op het ijs om te proberen, hoe sterk het was. De jongens van de U. L. O. gooiden de fietsen ook even neer en een enkele waaghals, goed vastgehouden door zijn kameraden, waagde het eerst met één en dan met beide voeten. Ja, het hield; wel deed 'n waarschuwend gekraak hem plotseling terugspringen: 't was dus nog niet helemaal wat je noemt, maar vol vertrouwen pakten ze hun fietsen, 't Zou terecht komen. Ze vergaten de moeilijke repetitie Engels, waar ze zo'n zwaar hoofd in hadden en dachten alleen aan de pret, die komen ging.

Met een vaartje trapten ze naar school, om 't grote nieuws te kunnen uitbazuinen.

Jan Riethorst had op 't ijs gestaan! Ja, 't kraakte nog wel 'n beetje, maar die nadere aanduiding sloeg niet in. Jan had er op gestaan, dus 't hield.

Toen mijnheer Van Dam het belletje van gehoorzaamheid luidde, werd hij bestormd door de jongens en meisjes en hoorde hij zich in alle toonaarden de vraag stellen: „Mijnheer, mogen we vrij, als het ijs vanmiddag houdt?"

Sluiten