Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„En was er geen andere hulp bij ? En wie moet haar thuis oppassen ? Ze is toch maar alleen met haar zusje ? ♦... Dat arme schaap!"

„Och mevrouw, u moet maar denken: onkruid vergaat niet!"

„Hè, slager, wat lelijk!.... 'k Ga er dadelijk naar toe!" en haastig doet mevrouw de deur voor de neus van den verbouwereerden slager dicht en snelt naar boven.

„Anna, kijk eens, of m'n fiets in orde is!" roept ze.

„Moet mevrouw met die gladde weg gaan fietsen ?" vraagt Anna verbaasd.

„Ja, 't kan niet anders! Dat arme kind van Brands is onder een auto gekomen en ik denk, dat er niemand is, om haar te helpen. Zorg jij dus voor m'n fiets, dan pak ik het een en ander bij elkaar, wat ik nodig denk te hebben. Laat eens kijken, 'n spons, handdoeken, Zeep, ja, zeep ook maar. Ondergoed van Lucie, 'n nachtjapon en de verbandtrommel. Zo, dat is klaar!" overlegt mevrouw.

Alles kon in 't koffertje.

„Hier Anna, bind dit koffertje even achter op de fiets!"

„Arm kind," mompelt mevrouw medelijdend, terwijl ze zich. voor de tocht kleedt.

„Mevrouw, uw fiets staat klaar!" roept Anna.

„Ja, hier ben ik al. Prachtig! Zit het koffertje stevig?"

„Ja, mevrouw, dat kan niet verschuiven, maar zult u voorzichtig zijn?"

„Wees maar niet bezorgd; 't is immers maar 'n klein eindje. En die landweg zal zo glad niet zijn."

Hoofdschuddend staat Anna haar mevrouw na te kijken. Wie gaat er nu met zo'n gladde weg op de fiets!

't Valt mevrouw trouwens ook niet mee en die smalle paadjes tussen de velden zijn haast nog gladder dan de weg.

Sluiten