Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ie mot deur 't grés riejen," raadt een boer haar.

Mevrouw doet het en ja, 't gaat veel beter. Ziezo, daar is het huis al. De deur staat aan en mevrouw Van Waerden treedt het portaaltje binnen. Ze hoort praten en tegelijk wordt een deur geopend.

„Zo vrouw Gij zen, ik kom eens naar de patiënt kijken!" zegt ze tegen de vrouw, die haar vol verbazing aanstaart. „Hoe gaat het?"

,,'t Is slim! Erg slim!" en bedenkelijk schudt de vrouw met het hoofd.

„Zo, laat mij er eens bij!" zegt mevrouw en ze bukt zich, om het vertrek in te stappen, 't Is er schemerdonker; een paar mannen kijken al even verwonderd bij dit onverwachte verschijnen.

De vrouw is mevrouw voorgegaan naar een donkere hoek in het vertrek, waar de bedstede blijkt te zijn. Ze houdt 'n groezelig gordijn op zij en mevrouw Van Waerden kan in die duisternis nog enigszins de omtrekken van 'n meisje onderscheiden, dat daar met kleren en al in het stro ligt: 'n bed is er niet!

„Ze leit van d'r zeivers!" zegt de vrouw met 'n grafstem.

„Is er 'n dokter gewaarschuwd?" vraagt mevrouw aan een der mannen.

„Jao, wie bent naor d'n dokter eweest, ie komt op slag!"

Hulpeloos ziet mevrouw rond. Hoe kan ze hier helpen ?

Wat moet ze doen ? Dat kind kan in die hoop stro en vodden toch niet blijven liggen ? Je kunt er niets zien.

„Is hier geen lamp ?" vraagt ze.

,,'n Lamp?"

„Ja, ik kan in die bedstede niets zien!"

„Steeks de lantaarn 's aan, Toon!" gelast de vrouw. Toon strompelt naar de deel en komt met 'n lantaarn terug.

Sluiten