Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zo gaat het beter!" zegt mevrouw. Ze betast de patiënt en maakt haar gezicht vochtig met eau de cologne. Het meisje begint te kreunen en slaat even de ogen op.

„Nu wilde ik ook graag wat water hebben. Kunnen we hier wat water warm maken?" vraagt mevrouw.

„Wacht maar!" komt buurvrouw gedienstig, „'k Heb bie mien de ketel overhangen, 'k Zal 't effe haolen."

Ondertussen pakt mevrouw haar koffertje uit en als de vrouw terugkomt, beginnen ze het kind te reinigen. Makkelijk gaat het niet; telkens kreunt Betje van pijn als ze haar aanraken.

„Is 't al lang geleden, dat u naar den dokter geweest bent?" vraagt mevrouw.

„Daor kumt-ie al anne!" wijst de boer.

„Ah, mevrouw, u hier!" zegt de dokter verbaasd.

„Ja, ik hoorde van dit ongeluk en ben dadelijk hierheen gegaan."

„En?"

„Nu, ik geloof, dat het nogal aangekomen is, maar je kunt zo weinig zien in die bedstede."

„O, dat zijn we wel gewoon, mevrouw!" zegt de dokter. „Ik zal eens kijken." Hij gaat naar de bedstede.

„Is haar vader gewaarschuwd?" vraagt hij aan de mannen.

„Ja, dokter!"

„Houd dan de lantaarn eens vast! Zo!"

„Is 't arg, dokter? vraagt een der boeren, maar dokter antwoordt niet; hij is te druk met z'n patiëntje.

„Daar de lantaarn!.... Een schaar!.... Och mevrouw, wilt u misschien even helpen? Houdt u even vast, wilt u? Nu daar! Zo .... Wacht, de lantaarn daar houden ...."

Eindelijk is het onderzoek afgelopen.

„Wat 'n toestanden!" zegt mevrouw en ziet dokter wanhopig aan.

Sluiten