Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor de zieke zal zorgen en ze belooft zelf elke dag even te komen kijken. Buurvrouw lijkt haar 'n goedig mens toe en met een gerust hart keert mevrouw naar huis terug.

„Maar Mams, wat bent u laat! Wij zijn al zo lang uit school thuis!" begroet Lucie haar moeder.

„Ja kindje, ik heb het druk gehad! Je raadt nooit, waar ik geweest ben!"

„Jawel hoor, ik weet het! Anna vertelde het ons. En hoe is het met Vodden-Bet ? Is ze er levend afgekomen ?"

„Hè Lucie, doe toch niet zo branieachtig! Dat kun je toch wel anders vragen? 't Kind is heel lelijk terechtgekomen. Een hersenschudding, een gebroken arm en enkele kneuzingen!"

„Hoe kan Vodden-Bet nou een hersenschudding hebben?" zegt Lucie lachend. „Ze heeft immers geen hersens ?"

Mevrouw wordt boos.

„Lucie, ik verbied je, om zó over een medemens te praten! Als is ze nu ook arm en vuil, 't blijft een mens en wie weet, of onder die lompen geen hartje van goud klopt! Ik hoop ze nu nader te leren kennen en dan kon het wel eens blijken, dat jij in veel dingen aan haar een voorbeeld kunt nemen. Je moet maar eens meegaan, als ik er naar toe ga, want ik ga, zo lang ze ziek is, er elke dag een visite maken."

„Dat wil ik wel!"

„Goed, dat spreken we af en als ze wat beter is, dan ga je haar eens wat voorlezen!"

„Ik haar voorlezen?" zegt Lucie ontsteld. „Nee maar, voorlezeres van H.K.H. de Vodden-prinses! Ja, mams, ik zal kaartjes laten drukken in die geest!"

Stel je voor, bedenkt ze, ik haar voorlezen, dan moet er nog heel wat water door de zee stromen, eer het zover is, maar ze wacht zich wel deze overdenking voor haar moeder uit te spreken. Wel gaat ze enige dagen

Sluiten