Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK 4.

BETJE IS IN DE HUISHOUDING

't Is die eerste weken lang geen pretje voor mevrouw Bertels, om Betje in te wijden in de geheimen der huishouding. Het kind kent de eenvoudigste gebruiksvoorwerpen niet.

Zo moet ze een vergiet halen in de winkel. Mevrouw Bertels vraagt haar voor alle zekerheid of ze weet wat een vergiet is, maar Betje knikt heftig met haar hoofd van ja en lacht eens goedig. Ze gaat en komt met een gieter terug.

„Maar meisje," zegt mevrouw, „dat is geen vergiet, dat is 'n gieter!"

„Ja mevrouw!"

„En je moest een vergiet halen!"

„Ja mevrouw!"

„Een gieter kan ik niet gebruiken, dus die moet je maar weer gaan ruilen."

„Ja mevrouw!" en gewillig pakt Betje de gieter weer op, om hem te gaan ruilen.

„Onthoud nu goed: een vergiet, zo'n ding met allemaal gaatjes!"

„Ja mevrouw!"

„Nu weet je het dus goed: een ding met allemaal gaatjes!"

„Ja mevrouw!" en Betje trekt 'n gezicht, of ze beledigd is, dat de mevrouw denkt, dat ze het nu nog niet weet; ze vergeet zelfs te lachen en mevrouw zegt nog eens overduidelijk: „Dus 'n ding met allemaal gaatjes" en Betje grijnslacht terug: „Allemaal gaatjes in m'n kous," en ze stuift schaterend weg, om met een ♦... zeef terug te komen.

Sluiten