Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Piet zegt niets en staat zenuwachtig aan z'n zakdoek te plukken.

«Kom, ezel van Bileam!?" dringt mijnheer. „Heb je berouw, dat je jezelf en je makkers uitschold?"

Piet slikt eens en zegt dan flink: „Mijnheer, we zijn veel te ver gegaan; we hebben mijnheer Verschoor gesard. Ik heb er spijt van!"

„Ga dan terug in je klas en betuig je spijt en vraag of je weer in de klas mag komen!" zegt mijnheer streng. „Ik ga mee!"

Gevolgd door mijnheer Olen komt Piet de klas weer binnen.

„Mijnheer Verschoor, Piet wilde u wat vragen en had graag, dat allen het hoorden!" zegt mijnheer Olen.

Piet wacht even en zegt dan met duidelijke stem: „We hebben u gemeen gesard, mijnheer, ik heb er spijt van en vraag, of u het me vergeven wilt en of ik weer in de klas mag komen!"

. o is het goed, Piet!" zegt mijnheer Verschoor. „Ja, jullie hebben me vanmiddag veel verdriet gedaan, maar ik ben ook jong geweest; ga maar zitten!"

„En krijgt hij geen straf?" vraagt mijnheer Olen.

„Van mij niet!" zegt mijnheer Verschoor. „Een ridderlijke jongen kan bij mij een potje breken!"

„De andere twee houd ik nog in m'n kamer!" zegt mijnheer Olen en gaat z'n onderzoek voortzetten.

„Wel, Lucie? Nog steeds onschuldig?"

„Ja zeker, mijnheer!"

„Och, zo'n doodonschuldige vraag, ja, daar zat geen andere bedoeling achter!" spot mijnheer.

,,'k Zou niet weten, wat daar voor een bedoeling achter moest zitten!" zegt Lucie uit de hoogte.

Maar nu verandert mijnheer van toon.

„Doe maar niet zo onnozel. Weet je wat je bedoelde met je idiote vraag op dat moment? Je bedoelde met je Zotte vraag, mijnheer Verschoor tot het uiterste te

Sluiten