Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zegt mijnheer en hij staat op, om naar z'n werkkamer te gaan. Daarvoor moet hij langs de keuken en hij ziet, hoe Betje met voorbeeldige ijver de messen aan 't bewerken is. 't Stemt hem wat zachter. Ze heeft toch ook veel goeds, al vindt hij, dat z'n vrouw wel heel erg overdrijft in haar lofuitingen.

Als hij een kwartiertje later geroepen wordt voor het eten en hij ziet, hoe Betje in een keurig gesteven witte schort handig de tafel dekt en opdient, dan is hij weer geheel met z'n vreemde huisgenote verzoend.

Mevrouw BeiteL zet haar plan, om Betje les te geven, door, en oo dit lukt wel, daar zij haar verwachtingen niet te hoog gesteld heeft. Wel zitten Betjes handen en lippen de eerste dagen onder de inkt, maar als Johan haar eens op een avond met grote stelligheid verzekert, dat inkt vergift is en dat ze dood gaat, als ze telkens haar pen aflikt, gaat ze de inktlap gebruiken.

Ook 't vasthouden van de pen is lang niet volgens de regels der kunst en mevrouw slooft zich uit, door telkens en telkens weer te herhalen: „vinger recht, pen naar de schouder" en ook nu is het Johan, die het euvel verhelpt, en wel door te zeggen, dat niemand daar tegenwoordig nog op let.

„Moet je bij ons op school komen," beweert hij. „We mogen zelfs met een vulpen schrijven!" Alsof hiermee alle oude voorschriften omtrent het vasthouden van de pen vervallen zijn.

Betje schrijft dus „met de pen in ondergreep", zoals mijnheer, die aan gymnastiek gedaan heeft, het noemt en de resultaten zijn prachtig, 't Lijkt, of ze een mooie vaste hand zal schrijven! Rekenen gaat ook wel. Optellen doet ze goed, zelfs grote vermenigvuldigsommen maakt ze zonder fouten, maar van de eenvoudigste aftrekkingen brengt ze niets terecht. Dat kan mevrouw haar niet aan het verstand brengen en Johan evenmin.

Sluiten