Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Johan probeert het met centen, die hij op tafel legt en dan gaat het goed, zolang het maar onder de tien blijft; van „lenen" heeft ze echter geen kaas gegeten» Hij legt zes centen neer en daarnaast drie dubbeltjes. Betje moet aftrekken: één dubbeltje en zeven centen. Eerst die zeven centen van de zes centen. Ze probeert het, maar ze komt te kort. Nu moet ze dus „lenen" bij de dubbeltjes. Johan doet het haar voor, neemt een dubbeltje en legt er tien centen voor in de plaats. Hij legt die tien centen bij de zes centen en laat ze Betje tellen, 't Zijn er nu zestien geworden, dat snapt ze. Daar kunnen nu die zeven centen wel af en ze houdt er nog negen over. Nu dat dubbeltje nog van die andere twee en er blijft over een dubbeltje en negen cent. „Dat is negentien cent," zegt Betje. Johan laat het haar opschrijven en Betje schrijft: 36—17 = 19.

Nu moet ze het zelf doen. Weer liggen net als straks drie dubbeltjes en zes centen op tafel. Betje gaat aan t aftrekken, maar ze blijft als een standbeeld zitten. ,,'t Gaat niet, hè; zeven van de zes?" Betje knikt.,,Wat ga je nu doen ?"

Betje zwijgt. „Nu? Nu ga je lenen!" zegt Johan. „Ja, lenen," echoot Betje. „Doe het dan! Je leent een

dubbeltje." ,,'k Heb geen dubbeltje!" „Daar

liggen ze toch !" .... „Die zijn neet van mien!"

Mijnheer kijkt van z'n krant op en lacht eens tegen Johan, maar die laat zich niet uit het veld slaan; hij houdt vol — de hele avond, maar .... 't lukt niet. Betje kan er geen hoogte van krijgen en Johan, die het als een soort sport beschouwt, begint elke avond weer opnieuw. Alles vergeefse moeite.

„Taal blijft ook slecht gaan. Ze kan een lesje zonder fouten overschrijven, maar invullen, ho maar. Met a of aa lukt het nog zo'n beetje, maar met andere letters brengt ze er niets van terecht.

Lezen gaat veel beter. Al heel gauw is ze zo ver, dat

Sluiten