Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Waar zou ze die vandaan hebben ?" peinst mevrouw. „Van den bloemist kan niet, want ze heeft geen geld en ik weet niemand, die hier zulke prachtige seringen heeft."

„Kom, ik ga haar gauw bedanken, want dat vind ik enig!" zegt Willy.

Bet je heeft alles gehoord en gaat haastig naar de keuken, waar ze druk bezig is met poetsen, als Willy binnenkomt.

„Wat is dat aardig!" zegt Willy hartelijk en ze geeft Betje een hand. „Ze zijn prachtig, hoor! Dat is zeker voor mijn verjaardag. Nu, dank je wel, hoor!"

„Niks te danken, juffrouw!" antwoordt Betje en ze lacht met haar hele gezicht, ,,'k Heb ze gehaald bij den baron, 'k Wist, dat ze daar stongen! 'k Haol ze d'r ielk jaor!"

„Zo, ben je zulke goede maatjes met den baron?"

Betje knikt bevestigend en ze vertelt: „Daar achter is 'n gat in de heg en daor kruup ik door, dan bin je d'r zo bie. Eén keer hebben ze mien gesnapt; toen was ik d'r an. 'k Mos mee naar den baron. Da's 'n lilleke vent. Die gromde net zo en as 'k 't weer dee, zou die me in de gevangenis laten stoppen; vals, hè ? Maar noe wacht ik tot Gart Jan schoften geet, dan is er gien mins!"

„Maar dat mag je toch niet doen .... dat is stelen!" vermaant Willy.

„Stelen? Singeringen kan je toch niet stelen! Stelen dat is centen gappen!" zegt Betje beslist.

Maar Willy legt haar uit: „Als je wat wegneemt, dat van een ander is, is het stelen, of dat nu bloemen zijn of vruchten, of geld, dat is allemaal stelen!"

„Ook als je reuk uit 'n flesje neemt?"

Willy begrijpt niet goed, waar Betje nu ineens heen wil en zegt op goed geluk af: „Ja, dat ook!"

„Dan heb ik van de mevrouw ook gestolen!" zegt Betje ontsteld.

Sluiten