Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zusje, wist ze, en dan Anna, de meid, die kende ze ook niet! Als die nou maar niet altijd boos op haar zou zijn, omdat ze zo dom was. Ze zou maar veel bidden, om niet dom te zijn; dan hielp de Heere haar wel. Dan ging ook altijd dadelijk je verdriet over; je durfde dan veel meer en alles ging veel beter.

Mevrouw Van Waerden wacht haar op, als ze aankomt en brengt haar naar Anna.

„Hier is nu Betje, Anna. Wat zul je nu een gemakkelijk leventje krijgen, want mevrouw Bertels heeft me gezegd, dat ze werken kan als de beste .... en jij zult altijd goed naar Anna luisteren en precies doen, wat ze zegt, hè?" vervolgt ze tot Betje, die verlegen op een afstand is blijven staan, met haar oude, onnozele lachje.

„Je moest haar nu eerst maar haar kamertje wijzen, dan kan ze haar koffertje uitpakken en haar goed ophangen," stelt mevrouw voor.

„Dat is goed, mevrouw!" zegt Anna en tot Betje: „Pak je koffer maar op en ga maar mee. Je volgt me maar!"

Samen gaan ze de trap op.

„Hier zijn we er!" zegt Anna en ze opent een deur op de tweede verdieping. „Zo hoog hoefde je bij jullie niet te klimmen, hè? Hier kan je nog hoger!" zegt ze en wijst op de trap, die naar de vliering voert. „Maar daar zou ik maar nooit opklimmen, want daar leven allerlei wilde beesten, vleermuizen en zeebarbaren!"

Betje staat verwezen te grijnslachen, zonder iets te zeggen.

,,'k Geloof, dat jij het buskruit ook niet uitgevonden hebt?" vervolgt de spraakzame Anna.

't Buskruit? Dat dringt tot haar door, en ze herinnert zich de vraag van die mevrouwen in de winkel, die 't zelfde vroegen en ze schudt heftig ontkennend.

„Kan je niet praten?"

Sluiten