Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gelukkig heeft ze haar tas op de fiets laten zitten, dat spaart weer tijd en daar rijdt ze als 'n razende naar 't postkantoor. Gelukkig is het er niet vol. Ze staat alleen voor 't loket.

Maar wat is dat ? .... Waar is de brief ?

Ze heeft hem toch tussen de boeken gestoken.

Zenuwachtig zoekt ze de tas door.

„Ben je wat kwijt?" vraagt de ambtenaar achter 't loket.

,,'n Brief! 'n Aangetekende brief!" stamelt ze ontsteld.

„Zoek maar eens kalm .... Hier, leg alles er maar eens uit!"

Hij helpt haar zoeken. Ze doorbladeren de schriften, de boeken, maar geen brief.

„Verloren!" zegt de postambtenaar laconiek.

„Dat kan niet! Hoe kan ik nu een brief uit mijn tas verliezen?" zegt Lucie heftig.

De ambtenaar haalt z'n schouders op.

„Als ik jou was, ging ik maar gauw naar het politiebureau. Misschien is hij al gevonden. Heb je hem niet thuis laten liggen?"

Nee, Lucie weet zeker, dat ze hem tussen haar boeken gedaan heeft.

„Dan maar gauw naar het politiebureau!"

Lucie doet het. Ze voelt ook wel, dat dit het beste is.

Op 't politiebureau moet ze alles vertellen: waar ze geweest is; of niemand anders de tas gehad heeft; waar ze haar tas neergelegd heeft; waar ze woont; waar Ze op school is .... en de agent schrijft alles op.

„De inspecteur is er niet, maar je zult er wel van horen, juffie!" zegt hij en staat op om haar uit te laten.

Wat moet ze doen ?

O, 't is vreselijk! Naar school gaan durft ze niet, naar huis ook niet! Wat rondfietsen en tegen dat de school uitgaat naar huis gaan, besluit ze.

Sluiten