Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het roerloos moet blijven liggen. Of 't het dier pijn doet ? Betje heeft er nooit bij nagedacht; zo doen ze 't allemaal en 't is makkelijk als je niks bij je hebt om ze in te doen.

Nu de tweede! Ze kijkt om zich heen, maar ziet hem nergens. Dan maar zoeken, 't Moét die barnevelder zijn! Wacht, daar ziet ze hem bij de hooiberg. Als ze hem nu zo opdrijft, dan komt-ie net tegen 't gaas, dat achter de hooiberg langs gespannen is. Dan 'm in 't hoekje jagen en ontkomen kan hij niet meer. 't Lukt haar, prachtig! Zachtjes drijft ze 't dier langs 't gaas op. Telkens probeert het domme dier door 't gaas te kruipen, maar 't lukt niet. Hij vliegt er tegen op, steekt Z n kop er door, maar kan er niet door; dan maar weer verder er langs gelopen. Betje is in haar element. Eindelijk is hij vlak bij de hooiberg en plotseling doet Betje 'n uitval.... Het verschrikte dier vliegt tegen 't hooi op — Betje grijpt, maar .... mis! 't Dier valt omlaag, weer wil ze grijpen, maar hij is weg!.... Verwonderd ziet ze rond! Waar is die haan nu ineens gebleven? Weg kan-ie niet zijn, want dan zou ze 'm zien lopen.

Ha, daar ziet ze 't. 'n Hol in 't hooi!

Opdat het hooi niet zo direct op de grond zal liggen, heeft Bart eerst een laag takkenbossen gelegd en juist op de scheiding zit een groot gat, vlak tegen de bergroe op. Zeker van een bunzing, meent Betje. 't Kan niet anders, daar moet de haan inzitten. Ze steekt haar arm er in en ja .... ze voelt hem. Goed kan ze er nog niet bij. 't lijkt wel, of ze hem aan de staart heeft, ze trekt en trekt, maar 't beest zet zich schrap. Toch moet hij 't verliezen en langzaam komt hij achteruit, al maar proberend zich met de poten tegen te houden. Betje trekt dan ook hooi en haan mee, maar ze wint het. Dan kan ze met de andere hand hem bij de vleugels grijpen, maar.... wat heeft ze daar mee naar buiten getrokken ? ♦. ♦ ♦ n Brief ♦.. ♦ de brief.... weet ze

Sluiten