Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja, ze heeft het in haar spaarpot! Er is wel een boekje aangevraagd .... maar de nummers zijn bekend," zegt mijnheer met een droevig lachje, ,,'t Zijn de biljetten uit die ongeluksbrief."

„Dan moesten we eerst die spaarpot eens bekijken," zegt de agent. „Als d'r geld er niet is, is ze er toch tussen uit!"

„Och, maar dat kan toch niet," meent mevrouw. „Ze had het hier zo goed naar haar zin."

„Ja, maar mijnheer vertelde, dat ze bang was voor dien Bart," zegt de agent.

„Nu ja, t is 'n beetje een eigenaardig kind," antwoordt mevrouw.

„Mevrouw weet dat zo niet, maar als u eens wist, wat een macht die lui hebben; die staan voor niks!" zegt de agent.

Mijnheer heeft ondertussen de spaarpot opgezocht: twee briefjes van vijfentwintig .... dat van vijftig is er niet.... Wacht, nog een papiertje, 't Schijnt een briefje te zijn.

„Ze is er dus tussen uit!" oordeelt de agent.

Mijnheer Van Waerden is met het briefje onder de lamp gelopen en leest: „Ik ben ontvlugt, kum vanavond 9 uur an de drei ijken bie de beke, nem centen mee. Je vader."

Sprakeloos kijken allen elkaar aan!

De agent is de eerste, die zijn bezinning terugkrijgt.

„U heeft telefoon?" vraagt hij en loopt het kamertje uit, gevolgd door mijnheer, die hem haastig het toestel wijst. Gejaagd gooit de agent de cijfers om.

„Hallo, hier Pieterse, ben bij mijnheer Van Waerden voor dat meisje. We vonden dit briefje ...."

Hij leest het voor en vraagt orders.

„Ze zullen dadelijk assistentie zenden," zegt de agent.

„Vindt u het goed, dat ik meega?" vraagt mijnheer.

Sluiten