Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boos, als ze dom is, maar ze moet zo erg „prakkizeren", want ze mag niet dom zijn. Johan, die gaf er niks om, die had schik als ze dom was, maar de jongejuffrouw niet; „die hieuw maar vol", 'n Heel enkele keer moest ze ook wel eens lachen. Wat hadden ze niet gelachen, toen ze moest leren praten tegen dat ding op mijnheer z'n kantoor. Dat was „tillefeneren", had de juffrouw gezegd en dat moest ze ook leren; ze moest alles leren. Nou, en als de jongejuffrouw dat zee, dan moest het ook, dan gaf het toch niks as je zee dat je 't liever niet dee. En zo moet ze dan ook telefoneren.

Ze gaan naar het kantoor. Er is niemand en Lucie neemt het telefoonboek en begint haar les.

„Kijk, hier staan alle namen in en de nummers. Nu wil je bijvoorbeeld wat vragen aan Johan. Je zoekt z'n naam op .... Bertels.... de ,B' dat is voorin."

„Letter ,bü'!" beaamt Betje.

„Goed, B .... Bertels .... Nu kijk je, welk nummer .... 7406.... Op dit ronde ding staan ook cijfers,.... wijs 's waar de zeven staat.... Goed .... Draai nu terug .... zo tot hier .... weer laten schieten .... nu de vier en zo net zo lang tot je ze allemaal gehad hebt. Dan hou je dit aan je oor en dan praat je daar door.... snap je het?"

Betje knikt lachend.

„Zoek nu eens op: Van Waerden .... dan zoek je bij de .... ?"

Betje lacht en zegt niets.

„Nu?" dringt Lucie aan. „Met welke letter begint Van Waerden of Waerden?"

„Bü!" zegt Betje; dat heeft ze nog onthouden van Bertels.

„Welnee, kind .... een ,W'.... zie maar.... hoe heet nu die letter?"

,,'n Wü!"

Sluiten