Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aarde wordt aangetrokken; men noemt dat de aantrekkingskracht van de aarde."

„Goed zoo, dat is de reden. Hebben jullie er al eens over nagedacht, dat dit van zeer groot belang is? En dat niet alleen, maar dat het ook getuigt van groote wijsheid! Alle levende wezens hebben water noodig. Omdat het water nu van de bergen naar beneden stroomt, kan het zich in beekjes en rivieren over de heele wereld verdeelen en overal in de aarde doordringen."

Trotzli begreep deze wijsheid heel goed, want hij had het gevoel, of zijn rug ook zoo'n wereld was, waarover het water zich naar alle kanten verdeelde.

„En hoe belangrijk zijn die beken en rivieren voor het water zelf! Wanneer het niet voortdurend in beweging bleef, dan zou het al spoedig troebel en vuil worden."

„Maar, meester, in de zee beweegt het water toch ook niet?"

„Zeker, Toni, je hebt gelijk, maar ook in de zee mag het water niet vuil en troebel worden. Daar helpt natuurlijk de aantrekkingskracht der aarde niet meer. Maar als de aarde niet helpt, dan helpt de maan. Ook de maan heeft een aantrekkingskracht; zij is klein, maar toch sterk genoeg, om de zee in beweging te brengen en door ebbe en vloed flink om te roeren, zooals moeder met den lepel in de pap roert."

„Hoe wijs," bromde Trotzli tegen zijn buurman.

„En de natuur heeft ook nog wat anders gedaan, om te zorgen, dat het zeewater niet vervuilt — het is zoutig."

„Maar als er altijd meer water in de zee stroomt, dan moet de zee toch heelemaal vol worden en overloopen?

Sluiten