Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu moest Trotzli weer aan den waterstraal denken. Waarom had de wijze natuur dien ook niet tegengehouden of in een wolk veranderd?....

„Kijk eens, jongens, dat de regen zoo mild en zacht op de aarde valt, komt door de lucht. Haar weerstand houdt den snellen val van het water tegen en zij zorgt ervoor, dat de druppels niet loodrecht, maar in een schuine lijn omlaagvallen, zoodat ze als een zachte zegen op de dorstige planten neerkomen."

„Hoe wijs," dacht Trotzli weer, en de zon had al het zoute water al uit zijn oogen gehaald.

„En het is maar goed, meester, dat het water in den winter als sneeuw op de aarde valt," zei Paul, die intusschen al een sneeuwman geteekend had.

„Ja, dat kon evengoed anders zijn. Want wat wordt het water, als het bevriest?"

„Ijs, meester."

„Precies! En stel je nu eens voor, Trotzli, dat zoo'n groote witte wolk hoog boven in de lucht ging bevriezen en dan in den vorm van ijskegels naar beneden viel. Dat zou nog heel wat anders zijn, niet waar, dan zoo'n onverwachte straal water! In enkele minuten tijd zouden de straten vol ijs zijn, de boomen zouden in ijsklompen en de huizen in ijsburchten veranderen en de menschen zouden er in opgesloten zitten; en die op straat liepen, zouden in ijszuilen veranderen, zooals de vrouw van Loth in een zoutzuil veranderde. En de velden en weiden zouden ijszeeën worden, het zaad zou verstikken en de aarde moest sterven.

En wie heeft ervoor gezorgd, dat dit niet gebeurt?

Sluiten