Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het was of hem iets in zijn keel schoot

„Maak dat je wegkomt! Deugniet!" Toen wendde hij zich naar het venster, opdat Trotzli hem geen hand zou kunnen geven, zooals dat anders het gebruik was in de zesde klas.

Trotzli pakte zijn boeken bij elkaar en sloop naar buiten. Hij zei geen woord en keek niet op; hij had een gevoel, of hij een onrijpen appel had ingeslikt „Deugniet" Ja, de meester had gelijk — ik — deug — niet!.... Hij wilde schreien, huilen, brullen — maar het ging niet; de tranen bleven hem aan zijn wimpers hangen als keiharde parels „Deugniet! — Deugniet!"

Nu was het uit met de ski's en met de eer. Morgen zou vader het al wel weten en dan.... Ja, dan kreeg hij met de karwats, zooals dat al wel honderd keer gebeurd was in zijn kwajongensleven...., dat was allemaal niet zoo erg, maar de ski's — en de klas, die hem verachten en bespotten zou! Dien Max zou hij nu wel eens graag een paar minuten bij zich willen hebben, — dan zou hij hem wel eens eventjes wat sterren voor zijn oogen tooveren.... en dan weg, ver weg, over zee naar de oerwouden weg, als een uitgestootene, als een misdadiger. Nog nooit had hij in zijn leven, dat zoo „rijk aan daden" was, een kwajongensstreek zoozeer betreurd Deugniet!

Trotzli stond al een vol uur ginds bij het oude heksenhuis tegen een bouwvalligen muur geleund. Langzaam trok de stinkende kruitdamp uit zijn hersenen weg en hij begon weer een beetje verstandiger over de wereld te denken.

Sluiten