Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van den kerktoren sloeg het vier uur. Nu was de school uit. Nu zouden ze naar huis stormen... en vertellen, verraden, liegen.... Neen, die zouden hem niet zien — nou zeker niet. En als een achtervolgde rende Trotzli de straat door — hij wist zelf niet, waarheen — tot hij plotseling thuis was en stommelend tegen de deur botste.

Heel zacht sloop hij door de schemerdonkere keuken naar de huiskamer. Moeder zat aan tafel en stopte een Trotzlikous, die vol gaten zat.

„Waar is vader?"

„Hij is op reis, hij komt pas over drie dagen terug."

„Goddank!" wou Trotzli zeggen, maar hij zei het niet, doch sloop weer de kamer uit en ging naar boven. Wat nu? — Kon hij nu alles maar tegen den meester vertellen! Zóó mocht hij morgen niet naar school.... maar....

Toen moeder den volgenden morgen Trotzli voor het ontbijt wilde roepen, was de jongen al weg. Zijn boeken en de schooltasch waren ook verdwenen.

Het was half acht, toen Trotzli schuchter bij den meester aanbelde. De vrouw van den onderwijzer deed open en liet hem binnen. Meester Lankmoedig zat nog aan tafel. Als een arme zondaar stond Trotzli voor zijn leermeester, als een gebroken, jong boompje

....Trotzli stond al een vol uur bij het oude heksenhuis.

Sluiten