Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Meneer pastoor was al aan het altaar, hij had de kaarsen aangestoken en de lantaren, die Trotzli mee moest nemen, stond op de treden. Vlug trok deze den toog en het witte koorhemdje aan, gaf een paar teekens met de bel en boog toen met zijn oude groote lantaren voor den pastoor om den zegen te ontvangen.

„Naar het Bosch-

wachtershuisje!" fluisterde meneer pastoor en toen

gingen ze naar buiten, waar het nog schemerdonker was. „Stil bij jezelf bidden, en als er iemand komt, een teeken met de bel geven!" Dat laatste zou wel gaan, daar zou hij wel voor zorgen, — maar het eerste, ja, dat was zoo wat in den vroegen morgen, met den slaap nog in je oogen... De melkknecht van boer Geisen knielde voor den stal, en een oud vrouwtje sloeg minstens zeven keer op haar borst, toen de pastoor haar den zegen gaf. En Trotzli belde daarbij op volle kracht.

Toen ze zoo een half uur zwijgend hadden geloopen, kwam de dokter met zijn auto over den hobbeligen weg gereden. Hij stopte en, half uit de auto leunend, zei hij. „Hoogstens nog twee uren, maar hij is nog bij zijn verstand!" — Toen tikte hij met twee vingers tegen den

....Trotzli boog, om den zegen te ontvangen.

Sluiten