Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Trotzli's kamer in de schemering. Trotzli dacht: Wees een man en draag je lot, waar toch niets aan te veranderen is!

Gelukkig had hij onder zijn bed nog een paar boeken weggemoffeld. Die verslond hij nu in de eenzaamheid als warme worstjes. Toen het avond begon te worden, sloegen zijn polsen soms zoo heftig als de sombere Indianentrommels, waarover hij zooeven had gelezen. Tusschen het lezen door echter zag hij in den geest telkens weer Mitzie met den ballon, dan den ballon

alleen, een zeppelin, een vliegmachine waarom

moesten zulke gedachten hem juist nu komen kwellen? — Want Trotzli had al sinds jaren den vurigen wensch, eens een echten ballon- of Zeppelintocht te maken. Als hij vijf of zes peetooms gehad had en als ze dan allemaal een geschenk hadden aangeboden, dan had hij vast een vliegtocht over de Alpen gewenscht.

O, hoevele jeugdwenschen blijven onvervuld... luchtkasteelen! Maar er zijn ook andere, die werkelijkheid worden. Trotzli was ondanks alle pech toch een geluksvogel — want stel je het ongelooflijke voor: Plotseling het liep tegen den avond en de bergen keken met gloeiende koppen door het venster — werd er op de deur van Trotzli's kamer geklopt. Nu al avondeten? — Neen, een jonge meneer in een blauw pak stond in de open deur, nam zijn pet af en zei glimlachend: „Bent u meneer Trotzli van Ergenshuizen? — Uw peetoom van Stadtburg, die zooeven met het vliegtuig is aangekomen, zendt mij naar u, om u voor een paar dagen vacantie uit te noodigen. Over een kwartier vertrekken wij

Sluiten