Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ziin ooren werden bijna stukgescheurd.

gezicht. Maar de klok preekt verder:

„Zoo beloon jij het vertrouwen van je pastoor! Zoo dank jij den meester voor zijn goedheid en geduld! — Zoo houd jij de goede voornemens, die je 's morgens maakt! — Boem — boem!"

Trotzli kan niet meer denken, maar hij voelt heel goed, dat de klok gelijk heeft.

„Waarom ben je tóch ge¬

komen? — Uit eerzucht — uit hoogmoed — omdat het ter eere van jou was! — Lafaard.... lafaard.... Boem!

Langzaam steeg uit Trotzli's vermorzeld hart een plechtige bede en belofte op, en de groote St. Damiaansklok moest het als getuige hooren: „Lieve Heer — laat mij nooit meer laf zijn. - Maak van al mijn domme streken goede daden — en van mijn kameraden echte edele

ridders!"

Reeds lang was de klok verstomd, zij bewoog nog slechts langzaam en kreunend aan de stellage. Toen e vrijdde Trotzli zich uit zijn benarde positie, hij was heelemaal stijf geworden en zijn heele lichaam deed hem pijn. Met bevende, klamme hand streelde hij over den harden ijzeren klepel. Toen sloeg hij met de rechterhand op het klokkelijf, zoodat er een zachten klank

Sluiten