Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wachter en het goud bestond nog in de sagen en legenden van Ergenshuizen.

Trotzli lag dus op zijn buik te soezen — rechts voor hem stond het boschwachtershuisje, waar de vader in April gestorven was, en links de „Ringelnatter" — rechts

honger in het boschwachtershuisje, werkloosheid bij Toni's vader, den schilder, ziekte bij het oude waschvrouwtje — en ondertusschen ligt daarbeneden het goud begraven, dat allen nood zou kunnen lenigen....

Hij draaide weer op zijn buik en keek als een kippendief naar den „Ringelnatter". Heinz Schwibeli stond in den kasteelhof en liet juist den houten emmer in den vijftien

de arme Bethli, die voor haar kleine zusjes de magere soep kookte en links „Schauerlich Schwibeli", die het goud van zijn dooden ridder bewaakte; ginds de dunne wanden, waardoor de wind floot, en hier de meterdikke muren, waar zelfs geen spitsboef overheen durfde. v

... .Heinz Schwibeli.

„Wat is de wereld toch een mallemolen!" dacht Trotzli, terwijl hij zich van zijn buik op zijn rug draaide, zoodat hij den blauwen hemel zag. In deze houding kwam opeens de groote gedachte in hem op: Overal is nood —

Sluiten