Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bob en Bram kijken nu gespannen toe. 't Wordt een pracht van een toren. Die Mientje kan het....

De bakker is al weer weg. Hij is een zijstraat ingegaan.

Kaatje heeft de taartendoos in de kast gezet. Vooraan, naast de puddingvorm. Straks als mevrouw beneden komt zal ze wel even zeggen, dat de bakker iets gebracht heeft. Ze kan 't wel raden. Straks zal Mientje wel komen trakteren.

De kastdeur is dicht. Het deksel van de doos is wat opgewipt. Kaatje heeft 'm te vlug neergezet. Dat kwam omdat de slagersjongen zo hard belde. Daar had die knecht toch zo'n handje van.

Nu zit Kaatje op de bank achter het huis, bij de keukendeur de aardappels te schillen.

't Is heel stil in de keuken. En in de keukenkast is 't helemaal stil.

Nee, tóch niet. Er beweegt wat. Het deksel van de taartendoos rijst langzaam omhoog. Dan glijdt het ineens wat scheef af.

Juup spitst zijn oren. Hij rekt zich eens flink uit en springt van de stoel.

Bewoog daar wat in die kast ? Zijn poesenkop wat scheef, loert hij gespannen naar de kastdeur. Maar 't is nu weer héél stil.

In de doos ligt een stekelige bal, stijf ineengerold. Doch er komt beweging in. Een vochtig-glimmend varkens-snuitje komt te voorschijn.

Twee kraaloogjes proberen te zien in wat voor wondere wereld ze aangeland zijn.

Behendig klautert de egel over de houten doosrand.

Leeg staat de doos er nu, 't deksel er half af.

Juup zwiept zenuwachtig met z'n staart. Wat is dat toch voor geheimzinnig geschuifel ?

Snuffelend scharrelt de egel over de kastplank. In 'n hoekje rolt hij zich onwennig ineen. Waar zijn toch de veilige, droge bladeren van zijn slaapplaats onder 't struikgewas?

't Wordt nu heel stil.

Juup heeft z'n ogen dicht. Hij slaapt al weer. Vlèk voor de kastdeur.

De klok tikt z'n gezellig tik-tak.

Buiten op de bank neuriet Kaatje een liedje en regelmatig plonst er een geschilde aardappel in de groen-emaille emmer.

Boven is mevrouw klaar.

Kleine Rietepiet ligt lekker schoon in haar wiegje. De deuren naar 't balcon staan wijd open. De zomerlucht vult de slaapkamer met zoele geuren uit de tuin.

„Fijn, de kamer zo op 't zuiden," denkt mevrouw; dan haast ze zich naar beneden.

Sluiten