Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te denken over de blijde vreugde van die ouders, dat ze hun kind mochten behouden. En hij kan 't zich indenken. Als 't zijn eigen kind eens geweest was ....

Dan glimlacht hij. Mientje is jarig vandaag, die schat. Hij kon haar wel eens verrassen. Als hij vanmiddag grootmoe eens haalde!

Die zou 't ook vast fijn vinden. Ze was wijs met haar naamgenootje. En 't was mooi weer. Ze konden wel buiten in de tuin gaan zitten, dan had grootmoe ook niet gauw hinder van de drukke tweeling.

„Toe-oet!"

De dokter heeft de straatweg al weer achter zich en toetert nu voor de bocht bij de brug. De rode richtingaanwijzer veert al uit en soepel neemt de auto de scherpe hoek. Dan rijdt hij kalm verder langs de gracht. Hij stopt. De auto hoeft nu niet in de garage, dan kan hij na de koffie dadelijk naar grootmoe rijden.

't Portier zwaait open en klapt weer dicht. Dokter loopt vlug en veerkrachtig 't kiezelpaadje naast 't huis langs en doet de schuttingdeur open.

Meteen blijft hij staan.

Wat voor een vreemde optocht trekt daar door de tuin?

Een vreemde jongen, zijn vrouw, Mientje, de tweelingen, Kaatje.

En wat draagt die jongen daar?

En wat stelt Thor zich zenuwachtig aan!

Daar buigen ze zich allemaal voorover in 't hoekje.

Thor gromt als een razende, blaft een schorre kéélblaf.

De jongen richt zich op, kijkt om zich heen.

Dokter staat nog stil en verwonderd-lachend te kijken. Dan ziet de jongen hem staan.

„Koest, Thor," zegt dokter. De wilde hond gehoorzaamt onmiddellijk en loopt met zijn afgekapte staart, grappig kwispelend, naar zijn baas.

„Wat gebeurt hier?" zegt de dokter dan.

„Ha, ben je daar!" lacht mevrouw terug, „wij hebben al een heel drama beleefd."

„Dat is nog al wat!" meent dokter.

Mientje heeft met beide handjes vaders hand gepakt. Haar gezichtje staat heel gewichtig: „Ja, vader, en 't prikte zóóó!" zegt ze met een uithaaltje.

„En moes schreeuwde zo vreselijk!"

„O, foei toch," zegt dokter, „wat gebeurde er dan, ik begrijp er niets van."

„'t Stekelding is een gek beest," stelt Bob vol overtuiging vast.

„Tongen, wat 'n lelijke woorden," waarschuwt dokter.

Sluiten