Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zit Hans daar achterin? Ziet Piet dat goed? Hij blijft bij de boom staan en kijkt de auto na. 't K^n toch niet! Hoe zou Hans nu in de mooie wagen van den dokter komen te zitten? Dat bestaat niet, vindt Piet.

Maar waarom rijdt de auto dan nu ineens veel langzamer, net of hij stoppen wil?

Moeder heeft de auto ook zien aankomen. Wat rijdt hij zacht, denkt ze. Zou hij hier moeten zijn? Ja, heus!

Dan ziet ze aan 't embleem, in de hoek van de voorruit, dat het de auto van den dokter is.

Hij is nog niet eens zo heel ver, als de auto van den dokter hem voorbijrijdt.

Daar stapt de dokter al uit.

Moeder voelt een verlammende schrik. Wat moet dokter hiér? Er is toch geen ongeluk gebeurd met Hans ? Of zit Hans achterin ? 't Lijkt precies zo. ..

O, maar dan kan hij zeker niet lópen. Misschien heeft hij zijn benen wel gebroken.

In dat ene ogenblik gaan honderd angstige gedachten door haar heen. „M'n hart stond even stil," zei ze later zelf.

De dokter heeft 't tweede portier al opengedaan.

„Uitstappen, mijnheer," zegt hij.

„O, dokter, is 't erg, is 't erg?" vindt moeder ineens haar stem terug.

Sluiten