Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VIII.

Zo is het weer in orde.

Hans heeft een boodschap gedaan.

Opvallend langzaam loopt hij nu voorbij 't doktershuis.

Kwam dokter nu maar es even naar buiten, dan kon hij zijn moeilijke boodschap doen. Of nee, zal hij 't maar niet stil laten lopen ?

Vader heeft eigenlijk ook niet precies gezegd dat hij naar dokter toé moest gaan. Alleen maar, dat hij moest zorgen dat 't in orde kwam!

Hij kon immers nog wel even wachten. Misschien werd hij wel es ziek. Dan kwam de dokter vanzelf bij hem.

Maar nee, dat was niet zo mooi van hem, zoiets te bedenken.

Net zal hij maar weer wat vlugger doorstappen, als hij ziet dat de schutting-deur openzwaait en Kaatje met een emmer door de deuropening komt. Hans blijft nu plotseling staan. Kaatje kijkt hem aan en zegt vragend: „Zo, Hans, had je een boodschap?"

„Nee — ja," zegt Hans, maar dan ineens beslist: „Is dokter ook thuis, Kaatje?"

„Nee jö, dokter is naar zijn patiënten. Wou je dokter spreken?"

„Ik wou dokter wat vertellen," zegt Hans, heel moedig omdat hij nu weet dat dokter niet thuis is.

„Nou, dan zou'k strakjes nog maar es terugkomen," vindt Kaatje.

Ze zet haar emmer neer en neemt de dweil. Maar dan komt Mientje door de open deur trippelen.

„Ha die Hans," zegt ze parmantig met haar hoge stemmetje.

„Zullen we nog eens gaan kijken naar dat stekelbeest?" vraagt Mientje. Ze neemt Hans' stevige jongensvuist in haar blanke handjes.

„Dat durf ik niet," zegt Hans, „ik mag zo maar niet in de tuin van dokter komen."

„Jawel," dringt Mientje beslist bij hem aan. „Kom maar."

Ze troont Hans mee naar de tuin, naar 't hoekje achter de heesters, waar werkelijk de egel nog slapend ineengerold ligt.

„Daar ligt ie," zegt Mientje.

'n Beetje schuw kijkt ze in 't geheimzinnige halfdonker tussen de schutting en de dichte heesters.

Sluiten