Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,,'k Weet niet, vader," zegt Mientje, „moeder zei, wij moesten maar gauw gaan spelen."

„Nu, ga dan ook maar gauw wéér aan 't spelen, dan wil ik ook nog even Hans gedag zeggen."

„Thor, in je hok!"

Dan wipt dokter de stoep op en zwaait de deur open. Hij ziet Hans al zitten.

„Dag vrouw. Zo Hans. Wat kwam jij hier doen? Had je kiespijn, oorpijn, haarpijn, neuspijn?"

Hans weet zo gauw niet, wat hij op die grappen zeggen moet. Hij lacht maar wat.

Dokter gaat op een laag stoeltje zitten.

Hans kijkt wat bang naar den dokter. Wat zou die nu gaan zeggen ?

Maar mevrouw vertelt alles. Heel kort, maar toch zó, dat dokter 't duidelijk begrijpen kan.

Dan kijkt hij Hans aan. „Zo, jö, dat was dus een onverdiend ritje, hè. Enfin, dat komt uit. De egel een onverdiend ritje en jij ook. We zullen maar rekenen, dat je je straf dus te pakken hebt. Maar, die Piet hè. Weet je wat je doen moest? Je moest zien of je hem mee kon krijgen naar de zondagsschool. Als je vader 't nu es goed vond dat jij daar óók heenging, dan was 't voor Piet wat gemakkelijker, hè. Vraag je vader maar es. En Hans, onthoud dit, vriend, bij dat werk moet je nóóit te haastig wezen."

Dokters vrolijke stem klinkt nu heel ernstig. Hans knikt stil van ja.

Dan zwijgen ze alle drie tot dokter opstaat en mevrouw zegt: „Nou Hans, dan horen we er nog wel es wat van, hè? Je mag mij gerust weer wat komen vertellen."

Hans gaat opstaan. „Dag dokter, dag mevrouw," zegt hij.

Als hij even later langs de gracht loopt, fluit hij zijn hoogste liedje. Hij voelt zich wel honderd pond lichter. Wacht, hij zal meteen ook naar den bakker gaan. Hij was nu in een stemming om alles te durven. En kijk es aan. De bakker staat zélf in de winkel, ziet Hans.

Zonder weifelen, doet hij dadelijk de deur open. Nu had hij geen kans meer om zijn moed te verliezen.

„Ik zou 't dubbeltje terugbrengen. Ik had meegeholpen de egel in de doos te doen."

De bakker begrijpt er niets van. Hij weet trouwens niet eens wat van die egel af.

„Loop heen, jö!" zegt hij. „Ik had de verkeerde doos bezorgd en jij hebt dat weer in orde gebracht. Dus dat dubbeltje is van jou. Van een egel weet ik niets af. Zat die in die lege doos soms?"

Sluiten