Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK X.

Een uitnodiging.

't Wordt na-zomer.

In de boomgaard van boer Schuurman rijpen vele vruchten tussen het reeds dunner wordend loof.

Dokter staat er bewonderend naar te kijken, nu hij met den boer de „hof" doorgewandeld is. Hij is nog eens wezen kijken hoe het met de kleine meid gaat. Die is er gelukkig weer helemaal bovenop, nu.

Toen hij weer vertrekken zou, had Schuurman voorgesteld, even naar de appels en peren te kijken.

Achter de boerderij ligt een uitgestrekte boomgaard.

Nu staat dokter naast den boer.

,,'t Ziet er goed uit, Schuurman. Een bést ooftjaar, zeker."

„Nou dokter, die boom daar, dat is van 't jaar niet veel. En die .. . ."

„Ha-ha," lacht dokter, „die boeren hebben 't altijd maar slécht, hè."

„Ja, we moesten eerst eens zulke rekeningen kunnen schrijven als een dokter," grapt Schuurman terug.

Dan lachen ze allebei.

„Ik zou zeggen, dokter moest maar es komen om een zak vol te plukken."

„Dèt sla ik niet af, Schuurman."

„Maar dan mag u wel een knechtje meenemen. U zult zelf wel niet in de boom klimmen?"

Als Schuurman het zegt, denkt de dokter ineens aan Hans. Die Hans heeft toen een niet-verdiend ritje gehad. Als hij dié nu eens op een vrije Woensdagmiddag hierheen bracht?

„Ik geloof, dat ik wel een geschikt knechtje weet," zegt hij dan. „Een léuke jongen. Die heeft dan meteen een pleziertje."

„Goed, best," stemt Schuurman gul toe. „Neem uw eigen dochtertje dan ook mee. Mijn vrouw vindt kinderen om zich heen erg gezellig."

„Zullen we dèt dan maar afspreken?" Dokter steekt zijn hand uit om Schuurman te groeten.

Sluiten