Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik verbeeldde me dat ze een steen in mijn emmer gooiden, maar ik zie nergens kwajongens," zegt ze dan.

Ze tècht een beetje.

„Maar ja," vervolgt ze „ik geloof dat ik een dokter ken, die zijn kwajongensstreken nooit afleert."

Lies kijkt om zich heen. Wie doet dat, vragen haar ogen.

Dokter klopt haar lachend op de schouder: „Jij bént nog zo dom niet," zegt hij en wipt daarna lenig de brede stoeptreden op.

Grootmoeder zit in haar leunstoel. Haar ijverige handen zijn bezig met een breiwerkje voor haar jongste kleinkind, kleine Rie. Ze kijkt op als dokter binnenkomt.

„Moedertje," klinkt zijn vrolijke stem.

„Bert! Kom je es aanwippen?* Kon 't van de patiënten?" Dan praten ze wat samen. Lies brengt koffie. Dokter vertelt van

Sluiten