Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Die is van óns," zegt ze heel stellig. „Dat beest was laatst bij ons in de keuken."

„Dat zal dan wel een neefje van deze geweest zijn, lacht Schuur-

man. .

„Hans heeft hem toen gepakt en in de tuin gebracht, vertelt

Mientje er bij.

„Zo, zó," zegt Schuurman. „Dus 't komt van die egel, dat dokter je kent/'

Hans lacht wat verlegen. Hij knikt maar. Als Mientje nu maar niet méér vertelt, denkt hij. Maar Mientje ziet de kleurige dahlia's staan en daar loopt ze vlug met Driekje naar toe.

„Nu moeten we aan 't werk, jongen. Straks is t weer melktijd, beslist Schuurman.

Even later zit Hans al in de boom.

„Voorzichtig hoor," waarschuwt Schuurman. En Hans is voorzichtig. Met grote nauwkeurigheid zoekt hij de rijpste exemplaren uit en doet ze in de mand, die hij aan een tak heeft gehangen. Als de mand vol is, laat hij ze aan een touw zakken en dan maakt de

boer de mand weer leeg.

Mientje en Driekje zijn er ook al bij komen staan. Ze krijgen elk een appel en proberen, wie hem het gladst kan poetsen.

Mientje heeft alle schik, dat Hans daar zo boven in de boom zit. Ze wil er met alle geweld óók in klimmen. Ze staat al op de trap, die bij de stam staat. Maar Schuurman neemt haar in zijn sterke handen en zet haar op de grond.

„Nee, beste kind, dat kan niet. Je zou ongelukken krijgen.

Hij staat nog voorover gebogen van dat hij haar neerzette* Hans kijkt er vanuit de boom naar. Dan glijdt zijn voet uit en stoot hij met een ruk tegen de tak, waaraan de mand hangt. Het oor van de mand schiet van het korte takstompje en de mand vilt. Net op Schuurmans rug. Daar kantelt hij om en de stuk of wat appels, die er reeds inlagen, rollen er uit.

Hans schrikt geweldig. Wat zal nü de boer wel zeggen. Als hij maar niet razend wordt, 't Was geen kleinigheid, zo'n bombarde mentje.

Schuurman schrikt niet minder.

„Lieve mensen, wat zal er nou gebeuren," zegt hij. Hij voelt met de handen naar zijn rug. De mand is voor zijn voeten gerold.

„Dat had je góed gemikt, schutter," zegt hij dan tegen Hans, die in angstige afwachting nog op zijn tak zit.

„Mijn voet gleed uit," zegt Hans. ,

Maar Schuurman hoort het niet eens, want Mientje begint zo onbedaarlijk te lachen. Die Schuurman, die met de handen naar zijn

Sluiten