Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zou meester 't weten, denkt Hans, als hij buiten loopt. Maar nee, dat kan niet. Hij had 't zo maar heel gewoon gezegd, zonder bedoeling. Toch hindert het Hans. Toen had hij werkelijk gemeend, Hans Egéde te kunnen zijn. En nu! Hij schaamt zich als hij het huis van den dokter voorbij rent. In plaats van geduld te hebben had hij gevochten. Hij begint wat langzamer te draven. Dan loopt hij gewoon naar huis. Moeder moet niets merken. En moeder merkt ook niets. Maar 's avonds vraagt vader: „En, hoe ging het met je jaartallen?"

„Niet zo best, vader," zegt Hans eerlijk.

„Zo. En wat zei Piet?"

Hans buigt zijn hoofd voorover. Even ziet hij schuin naar de schoorsteenmantel. Daar ligt nog de appel verwijtend te glimmen.

„Nou?" dringt vader aan.

,,'k Heb Piet nog niet gevraagd," zegt Hans dan.

„Jammer, Hans," zegt vader alleen maar. Dan gaat hij zitten krantlezen. Meer zegt hij niet. Maar die twee woordjes klinken Hans nog in de oren als hij al lang onder de dekens ligt....

Nog twee dagen vecht Hans tegen zichzelf. Dan steekt hij de appel in zijn zak en gaat naar Piet, die hij achter in de tuin ziet staan. En, wonder boven wonder: Piet zegt dadelijk: „Daar heb ik wel zin in. 'k Ga Woensdag toch niet met Roel mee."

„Fijn!" zegt Hans opgelucht.

Sluiten