Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Piet hoort er vreemd van op. Dat had hij nu helemaal niet van die goeie ouwe mevrouw gedacht. Zou die Roel toch gelijk hebben ? Maar Lies dan en Hans' moeder? Die waren zéker te vertrouwen. En zijn vader, nee, die ging wel nooit naar de kerk, maar hij schold ook nóóit op de fijnen, zoals Roel dat deed. En tante, nee die ook niet. Piet zit stil voor zich heen te soezen, maar in de drukte van de stadsstraat veert hij weer helemaal op. Op 't parkeerterrein gaan Roel en hij elk een kant uit.

Piet voelt zich opgelucht als hij op 't trottoir loopt. De hinderende woorden van dokters moeder hoort hij niet meer. Hij weet nu beter. Hij is op weg een flinke kerel te worden, heeft Roel gezegd. Dat is wat anders. Hij slentert langs een grote winkel. Je mag er zo maar inlopen. Hele tafels vol met allerlei mooie en nuttige dingen liggen er uitgestald. Zal hij eens naar binnen gaan? Even weifelt hij nog. Maar dan is zijn besluit genomen. Tegelijk met een heer en een dame glipt hij ook naar binnen. Hij loopt heel bedaard tussen de toonbanken door. Af en toe blijft hij even staan kijken. Zal hij het wagen een van die mooie zakmessen te nemen? Even proberen of iemand het ook ziet. Hij neemt een mes in zijn hand, doet precies of hij de prijs bestudeert en legt het dan weer neer. Niemand die het gezien heeft. Twee dames lopen langs hem heen, druk pratend. Een winkeljuffrouw biedt haar diensten aan. Dan vlug, maar voorzichtig een greep en 't mes zit in zijn zak. Achter een heer met een aktetas loopt hij weer naar buiten. Even ademt hij diep. Hè, daar zat spanning in. Dit was nog es fijn.

Pas als hij een straat verder is, bekijkt hij zijn buit. 't Is een best mes, met een glad bruin heft en een nikkelen ankertje er in. Daar kon je je naam inkrassen.

Piet begint te fluiten. Zo maar een wijsje. Hij voelt zich tot alles in staat nu. Hij slaat durvend een straat in, die hij nog niet eerder gelopen heeft. Wat kan 't hem schelen. Hij zal de vrachtwagen wel weer terugvinden. En anders vraagt hij maar. Er lopen mensen genoeg.

De straat komt op een groot plein uit. 't Staat vol met paaltjes, door dwarse stalen buizen verbonden. De veemarkt, snapt Piet dadelijk. Hij loopt 't marktplein over. De huizen hier zijn bijna allemaal café's. „Lunchroom", „City bar", „Eet vis", leest Piet in zich zelf. Voor één raam blijft hij staan. Een vlammend gekleurde bioscoopreclame zit tegen 't café-raam geplakt. Piet kijkt er geboeid naar.

Dan gaat de matglazen café-deur open en komt uit 't portaal de gestalte van Roel. Ze schrikken beiden als ze plots voor elkaar staan, Piet en Roel.

Sluiten