Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XVI.

Omgekocht?

Hans komt thuis. Hij heeft een boodschap gedaan.

Piet staat in de tuin. De tuin ziet er nu kaal en verwaarloosd uit. Alleen wat groengele kleuren van de gekroesde boerenkoolbladeren en wat berooide stengels van spruitkool zijn er overgebleven.

Piet snijdt een punt aan een gevonden boomtak. Hans komt er bij staan kijken.

„Wat een fijn nieuw mes heb je daar," zegt hij bewonderend.

„Gekregen," zegt Piet zonder blikken of blozen.

„Zó'n duur?"

„Vader is reiziger, die kan ze voor wat minder geld krijgen, hè," verklaart Piet. Maar meteen begrijpt hij, dat 't eigenlijk een gevaarlijke leugen is. Als die Hans nu maar niet verder vraagt. Hans kijkt nog even naar Piets vlugge handen, die de takpunt al scherper maken. Dan zegt hij:

„Ik wil vader ook es vragen om zo'n mes. Misschien wil jouw vader 't dan wel kopen, 'k Zal vanavond, als je vader thuiskomt, hem wel even vriendelijk aankijken."

Hans lacht er om.

Maar Piet lacht niet. Er komt een boze trek om zijn mond. Had hij maar een andere leugen bedacht. Die Hans is best in staat alles te verraden. En als vader 't weet. Nou!

Hij wil zijn neus snuiten en trekt de zakdoek uit zijn zak. Meteen valt er een kwartje. Zilverig wit ligt het zo maar op de zwarte tuingrond. . tt

„Asjeblieft, jij hebt geld, zeg. Maar in de tuin wil 't niet groeien.

Argeloos raapt Hans 't kwartje op en geeft het Piet terug. Nu kijkt Piet nog bozer. Je moet ook maar ongelukkig wezen. Eerst zo'n stomme leugen en nu dit kwartje nog.

Wat dééd die verrader hier eigenlijk ook?

„Heb je dat verdiend?" vraagt Hans nog heel gewoon. Hij denkt aan 't kwartje, dat ze op „de villa" verdiend hebben.

„Gaat 't jou wat aan, soms?" snauwt Piet. Hans voelt de vijandschap in die woorden. Verwonderd kijkt hij Piet aan.

„Wat wil je?" zegt hij vragend.

Sluiten