Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XIX.

Bijna gesnapt.

„Ha, ha!"

Roel lacht zijn korte, schampere lach.

Piet kijkt een beetje bang.

„Wees maar niet benauwd hoor," zegt Roel dan.

Ze komen 't erf van een boerderij afrijden. Maar net voor 't grote hek staat de volgeladen groentekar van den groentekoopman, die zoeven naar de boerin gelopen is.

Nu is 't moeilijk voor Roel, de bocht goed te nemen. De auto schuift bijna tegen de volle kar aan.

Roel stapt even uit. Hij rijdt de kar een klein eindje opzij. Meteen grijpt hij een dikke jaffa-sinaasappel uit een kistje.

„Hierzo," zegt hij tegen Piet.

Zonder ongelukken rijdt hij nu de wagen voorbij. Piet zit nog met zijn sinaasappel in de hand.

„Lust je 'm niet?" vraagt Roel.

„Of ben je bang, omdat ik hem van die kar genomen heb, juffer?"

„Wèlnee," houdt Piet zich groot.

„ k Dacht soms, dat Hans 't gezegd had," treitert Roel.

„Zeur met over Hans," zegt Piet kregel. „Dacht je dat ik zelf soms geen appel durfde nemen!"

„Zó mag ik je horen," prijst Roel.

,,'k Durf wel een mès te nemen," pocht Piet overmoedig. „Kijk maar»

„Asjeblieft!" bewondert Roel.

Piet voelt zich gestreeld. Alle goede voornemens van laatst zijn vergeten. Roel kijkt begerig.

„Denk om je stuur," zegt Piet brutaal.

,,'k Ben zelf ook aan een mes toe," bekent Roel.

,, k Durf ook wel een voor jou te halen," meent Piet.

„Ziezo, d&t is flink. Dat noem ik kerelswerk." Roel lacht weer Zijn lelijke lach.

„Maar een ding is vervelend. Die zure baas van mij heeft me al een paar keer een standje gemaakt. Ik moet vroéger thuiskomen met de wagen. Ik heb dus niet zolang tijd," bedenkt Roel.

7 't Kwam van die egel.

I

Sluiten