Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XXL

Opgepikt.

De grote deur van het stads-ziekenhuis wordt opengedaan.

„Dag dokter," groet de portier en tikt tegen de gladde klep van zijn portierspet.

Hij kent haast alle dokters hier uit de omtrek. En deze dokter is de laatste tijd al een paar keer geweest om een patiënt te bezoeken.

Met haastige passen loopt dokter het brede betegelde pad naar het grote ijzeren inrijhek. Op 't parkeerterreintje er tegenover staat zijn auto.

Even later rijdt hij al door de drukke straten. Als hij de straatweg te pakken heeft, geeft hij meer gas.

Hij is in opgewekte stemming. Beter dan enkele Woensdagen geleden. Toen leek het of er voor zijn patiënt geen hoop meer was. En nu is 't zo goed, dat er al over „naar huis mogen" gedacht wordt.

Als hij dus niet te laat thuis is, kan hij de familie nog even blijmaken. En dan moet hij omoe ook nog thuis brengen. Die was vandaag op bezoek.

Dokter drukt het gaspedaal dieper in. De motor gonst zijn eentonige muziek, 't Gaat mooi vlug, zo. Een grote vrachtauto rijdt daar ginds voor hem uit, ontdekken zijn autolichten. Dat zware ding schiet niet zo hard op. Hij knippert met zijn lichten, ten teken, dat hij wil passeren.

Staat daar een jongen? Daar in 't licht van die voorste wagen? Ja zéker. Die houdt zijn hand omhoog. Hij wil méérijden zeker. Wat moet die vent daar nu nog in 't donker? Wie is dat? Kent hij dien jongen niet? Wicht, is 't Piét? In dat korte ogenblik gaan deze gedachten door dokters hoofd.

Dan duwt zijn voet al op de rem. Zijn hand houdt reeds de portier kruk. Stop. 't Portier zwaait open. „Piet!"

Verbluft blijft Piet staan. Hij vergeet helemaal, wat hij zeggen zou. Wie is dat, die daar zo bekend zijn naam zegt?

Maar veel tijd tot nadenken heeft hij niet.

„Stap in," zegt de mijnheer van de auto, „hoe kom jij hier zo verzeild. Moet je naar huis? Toé dan kerel, dat portier moet weer dicht."

Sluiten