Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XXIII.

Ongerustheid.

„Wat ben jij vroeg!"

„Ja, ik ben een autobus eerder vertrokken* Tegen St Nicolaas is 't met zaken doen gedaan."

Van der Lijn gaat bij de tafel zitten. Zijn zuster schenkt hem koffie in.

„Is Piet niet thuis?" vraagt hij dan.

„Nee, die is dadelijk na het eten weggegaan. Hij zal nu wel gauw thuiskomen. Dat is zijn gewoonte ten minste zo wat." ^

Van der Lijn kijkt zijn zuster aan. „Weet je niet waar hij 's Woendags is?"

„Ik niet," zegt ze. . .

Van der Lijn zwijgt. Als je zo hele dagen op reis bent, weet je toch eigenlijk maar een heel klein beetje van je eigen kinderen af, denkt zij mismoedig. Hij kon 't zijn zuster ook niet kwalijk nemen, dat die 't niet wist. Het was al een uitkomst voor hem, dat 't huishouden Zo goed ging. Hij kijkt op zijn polshorloge, 't Was nu voor een nette jongen toch tijd om thuis te komen. Zou Piet nu op straat zwerven ? Hij zelf had altijd een hekel gehad aan dat straatjongens-gedoe. En Piet mocht wel onder goede leiding staan. Hij moest maar eens met den meester praten. Die had wel huiswerk of zoiets. Of wou die jongen maar eens een avond dammen met Hans van hiernaast. Die mensen waren christelijk, maar enfin, Hans was een leuke jongen. Wis Piet maar zo. Laatst was hij een paar keer met dien chauffeur van Schouten weggeweest. Verschrikt ziet Van der Lijn weer op zijn polshorloge, 't Kon best wezen dat de jongen wéér mee was gegaan. En dat wou hij toch niét toestaan. Dat gezwerf door de stad en dat gejakker met die vrachtauto.

„Wat zit je te suffen," zegt zijn zuster, „slechte zaken gedaan ?

„Ik pieker wat over Piet," zegt Van der Lijn. „Ik begrijp niet waar die jongen zo laat uithangt."

„Maak je nu maar niet ongerust, jongen. Piet komt wel weer terecht," zegt tante opgewekt. .

Van der Lijn zwijgt. Zijn zuster begreep het échte feitelijk ook met. Hij voelt het gemis van zijn vrouw. En gèk, sedert Piet hem zo

Sluiten