Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dringend vroeg of hij 't zéker wist, echt zéker wist, dat er geen hemel was, voelde hij zich wat gedrukt. Misschien was hij ook wel wat vermoeid.

„Die jongen zal toch niet met die auto van Schouten weg zijn, wel?" vraagt hij zijn zuster.

,,'k Weet niet. Hij vertelt me er nooit wat van," zegt ze.

Van der Lijn staat op. ,,'k Zal 't Hans eens vragen," zegt hij.

„Hans is nèt even een boodschap voor me gaan doen," zegt Hans' moeder, als Van der Lijn binnenkomt en zegt wat hij op 't hart heeft.

,,'s Woensdags gaat Piet meestal met Roél mee," zegt ze dan.

„Alle Woensdagen?"

„Die chauffeur is niet zo'n beste," zegt Van der Lijn terneergeslagen.

Hans' moeder voelt iets van buurmans zorgen.

„Loopt u even naar 't pakhuis van Schouten. Zó ver is dat niet," raadt moeder aan.

„Dat kon 'k wel doen," vindt Van der Lijn ook.

Bij 't pakhuis is 't donker. „Zou er niemand wezen?" mompelt Van der Lijn. Ja toch, één electrische lamp brandt er, helemaal achterin. Hier staat de lege vrachtauto ook. Die vent is dus al thuis, stelt Van der Lijn vast. Hij loopt langs stapels zakken en kisten. Even verder staat een hoge rij kartonnen dozen.

„Schouten's lijnkoeken, staat schuingedrukt op iedere doos.

Er klinken voetstappen op de betonnen vloer. Roel schrikt als hij Van der Lijn ziet. Dan staat zijn gezicht dadelijk weer in een onverschillige plooi.

„Goedenavond," zegt Van der Lijn.

Roel bromt iets dat op „navond" lijkt.

„Is Piet niet bij je?" vraagt Van der Lijn.

„Nee," zegt Roel kort.

Hij sorteert een stapel lege zakken. Hij staat voorover en gaat met zijn werk door. Van der Lijn voelt zich boos worden. Toch zegt hij kalm: „Is hij vanmiddag meegeweest naar de stad?"

Roel gooit zijn laatste zak op de stapel. Hij knoopt zijn jas dicht. Hij kijkt Van der Lijn aan. Dan zegt hij nors: „Ben ik misschien 't kindermeisje van jouw jongen? Vraag het hemzèlf."

Nog blijft Van der Lijn kalm, als hij zegt: „Hij is vanavond nog niet thuisgekomen. Daarom ben ik naar je toegegaan."

„Dan zal ie wel gauw komen," zegt Roel luchtig. Hij maakt zich klaar om naar huis te gaan.

Meteen komt Schouten binnenlopen. Hij heeft het gepraat gehoord.

„Hadt u een boodschap?" vraagt hij beleefd.

8a 't Kwam van die egel.

Sluiten