Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van der Lijn vertelt kort wat hij kwam doen. Schoutens gezicht verandert dadelijk. Met een boze rimpel tussen zijn ogen snauwt hij naar Roel: „Waar is die jongen? Hij zat vanmiddag bij je in de cabine toen je wegreed."

Roel schuift brutaal zijn pet achterover, terwijl hij Schouten dreigend aankijkt.

„Weet ik waar die jongen is! Altijd zeurt en zanikt hij me of hij

Met een boze rimpel tussen zijn ogen snauwt hij naar Roel: „Waar is die jongen?"

mee mag. Vanmiddag was hij niet bijtijds uit de stad terug. Ik heb nog een tijdje gewacht. Als ik te laat kom, krijg ik toch óók een compliment van u."

Hij heeft rad en haastig gesproken.

Schouten kleurt van opwinding. Dan ineens bedenkt hij, dat Van der Lijn er bij staat. Hij keert zich met een ruk om. Maar Van der Lijn is al een paar stappen weggelopen. Hij heeft genoeg gehoord. Piet zwerft in de stad of loopt misschien de weg naar huis. ,,'t Is een moeilijk geval," zegt Schouten.

Van der Lijn knikt alleen maar. „Goedenavond," zegt hij dan.

Sluiten