Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ja, al ziet hij er ook vreemd en heel armoedig uit, toch weet iedereen, dat Gerrit een beste jongen is.

„Ze zijn haast op!" zegt hij. ,,'k Heb al de boschjes moeten afzoeken, om dat beetje te krijgen. Daarom ben ik van morgen ook wat laat."

„Ja," zegt Jan, „Bles roept je al en ik kom, om je op te halen!"

„Een verstandig beest is die Bles en jij bent een knappe jongen!" verzekert Gerrit. „En nu moet je vandaag zeker weer gaan rijden?"

„Rijden! o, ja, dat zou ik graag willen! 't Is zoo pleizierig!" antwoordt de snaak.

,, l Zal gebeuren!" zegt Gerrit beslist, ,,'k Heb opzettelijk mijn buis er voor meegebracht. Dat is dik van de lappen, begrijp je! en kan dubbel op Bles zijn rug gelegd worden."

Met een flinke boterham in de hand en met Bles aan een touw gaan onze twee vrienden nu spoedig op het pad. Moeder vergezelt hen tot op den landweg.

„En nu moet je niet te vroeg met Bles thuis komen!" vermaant zij. Bij ondervinding weet het goede mensch, welk een vervelend werkje het is, om de koe uren achtereen langs de wegen te hoeden.

„We zullen er voor oppassen, nietwaar Janneman?" zegt Gerrit.

De kleine Jan zegt ook „Ja!" en huppelt vooruit.

„ k Had zoo'n mooien zonnewijzer klaar gekregen in 't zand,"

vertelt onze koeherder met een droevigen trek op zijn gezicht, „maar de regenbui van gisteren heeft hem heelemaal bedorven."

„Een zonnewijzer ? ' vraagt vrouw De Rijk. Zij ziet den knaap verwonderd aan.

„Ja, je weet wel, dat je mij een paar morgens, toen de vliegen erg lastig waren, beknord hebt, omdat ik zoo wat een uur te vroeg weer bij huis was met de koe. En om nu te kunnen weten, hoe laat het was, maakte ik een zonnewijzer; maar aan den regen heb ik niet gedacht."

„Hoe heb je dat gedaan gekregen ?" vroeg de moeder verder.

Sluiten