Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

buurvrouw! 't Is «lij aangenaam, u te zien! Wat is bet toch een slechte tijd!"

De stakkers hebben volkomen gelijk. Voor ©en koe van arme menschen, die door de kinderen langs de wegen gehoed moet worden, is honger -meestal de saus, die het eten kruidt.

„Waar moeten we nu van morgen met onze beesten blijven?" vraagt Hein bedenkelijk.

,;Ja!" — zegt Gerrit verdrietig, — „dat mag je wel vragen: waar zullen wij er net mee blijven? We zijn hier in de streek haast overal geweest. En met die droogte zijn de wegen en heggen zoo kaal, dat er niets te grazen overblijft. De arme dieren krijgen vandaag den buik nog niet half vol."

„Er dient wat gewaagd te worden," valt Hein hierop in. „Wat dunkt je: zullen we 't eens wagen, om ze te hoeden in de slooten, tusschen het eikenplantsoen van baas Wegelaar? Daar staat het gras wel zoo hoog als de rogge, wanneer zij aren schiet 1"

„Neen, neen! Voor niet nog zooveel!" antwoordt Gerrit. „De veldwachter is weer in de buurt. Voor een goed half uur zag ik hem nog bij buurman Welters uitkomen."

,,'t Is toch wat te zeggen!" knort zijn makker, ,,'k Geloof bepaald, dat. die veldwachter overal te gelijk kan wezen! Gisteren was hij nog bij ons thuis. En nu al weer hier! Wat moét hij toch altijd hier doen?"

,,Ja, dat mag je wel vragen I" is het verdrietig antwoord.

„Weet je wat!" hervat Hein weer. „We moesten de koeien maar bij elkaar in dien hoek grond drijven, daar in de buurt van de Schipbeek. Vader heeft daar vroeger eens klaver verbouwd en nu staat er nog een weinig klaver en wat gras. Er is in allen gevalle evenveel voor de beesten te krijgen, als ergens anders hier in de buurt. We sluiten het hek. De koeien kunnen dan niet wegloopen en wij gaan naar tante Aaltje. Die geeft ons stellig nog aalbessen en kruisbessen, ja, wie weet, of we niet een boterham krijgen op den koop toe: roggebrood, met een snede wittebrood ar boven op en goed wat boter er tusschen."

Sluiten