Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij zijn thuiskomst was hij dadélijk op een stoof in het hoekje van den haard gaan zitten, om zich te warmen. Huiverend en rillend vond moeder hem daar in de kolen zitten kijken.

Intusschen was Gerrit bedeesd achter het huis bij de staldeur blijven staan. Hij dacht niet anders, of moeder De Rijk zou hem in plaats van op een boterham op een ferm pak slaag willen vergasten, en derhal ve achtte hij het

voor 't best, om op een dergelijke ver iassing voorbereid te wezen en bijtijds nog de plaat te kunnen poetsen.

„Hoe blijf je daar zoo mal bij de deur staan? Kom binnen en vertel me, hoe 't gekomen isl"

Deze zachtzinnige woorden en 't treurig gezicht van vrouw De Rijk waren den

goeden jongen te

machtig. Snikkend trok hij de staldeur achter zich dicht en kwam door den stal heen bjj de huismoeder op de deel.

„Ik kon het heusch niet helpen!" riep hij uit op een jammerenden toon.

Geen wonder! Moeder De Rijk wist nog maar de helft van hetgeen er gebeurd was en. misschien wel de kleinste helft.

„Nu, schrei maar niet! Met schreien maak je het gebeurde toch niet weer ongedaan!" — vermaande de vrouw, „'t Is geen moedwillig verzuim van je geweest, daarvoor ken ik je veel te goed, mijn jongen! Maar och! het is zoo jammer! En mijn man zal het ook wel spijten, want we hadden het plan gemaakt, om Bles nog dit jaar te verkoopen, omdat zij al wat oud begint te

Sluiten