Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen zij onder aan de ladder stond, hoorde zij het roepen weer. Het klonk dof en angstig.

Haastig, liep zij nu de ladder op. Toen zij boven kwam, lichtte zij de lantaarn hoog op en keek met snellen blik over den zolder.

Waar was Gerrit nu? Eerst zag zij van haar jongen geen spoor. Maar op eens....

Stond daar niet de ton, waarin zij de appelen bewaarde?

En slingerden er niet boven die ton een paar voeten al door heen en weer?

Er was geen twijfel aan: Gerrit had de bewaarplaats der appelen weten te ontdekken en had tevens de stoutheid gehad, om de vruchten te willen kapen, die het goede mensch met zooveel zorgvuldigheid voor hem en voor de zieken, die er in de buurt mochten w^zen, bewaard had.

En nu stond haar stoute jongen, zoo lang en met zooveel smart gezocht, daar op het hoofd in die hooge ton!

Sluiten