Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NANNY.

Er is zoo menig oude,

Bij wien om neus of mond Een rimpeltje zich vouwde, Dat in de jeugd ontstond.

Een blijde ochtendzon scheen in de straten van Rikmond, de grauwe stad van het laagland, die met haar grijze torens en fabriekspijpen staat tusschen veel wei, veel molens en veel water, gelijk een zwaar stuk krachtig arbeidend leven in het midden van een vredig-stille, vèrgroene vlakte. En met haar vroolijke stralen deed die gouden zon alles schitteren en glinsteren, en, hoewel het een der eerste Septemberdagen was, aan menschen, dieren en planten merken dat het nog volop zomer was. En zij konden die warmte best gebruiken, want na lange regendagen koesterden de menschen zich maar al te gaarne in den zonneschijn, en terwijl zij zich dien morgen naar hun werk begaven, voelden zij zich behagelijk en tevreden: de heerlijke zonnestralen schenen naar binnen te willen dringen om het daar ook zonnig te maken; ze deden den

Nanny. 1

Sluiten