Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En voor haar tweetal, Ella en Frits, bestond er geen prettiger huis. Ze bewogen zich vrij in die ouderwetsche kamers, speelden verstoppertje in de nissen der lange gang en genoten volop van den heerlijken tuin. Daar brachten zij bij goed weer het grootste deel van den dag door, want Mevrouw Knozee kon zich niet veel met hen bemoeien.

Zij bewoonde eene groote kamer der bovenverdieping, haar rustbank stond daar voor het raam, dat uitzag in den tuin. Die kamer sprak het meest tot haar; zij had eene lange geschiedenis, een ernstig doorleefd verhaal te vertellen, gelijk iedere kamer, ieder voorwerp en ding in een ons lief geworden huis ons iets te zeggen heeft.

Eigenlijk was het de kinderkamer; hier had de wieg van Frits gestaan, zijn eerste stappen had hij hier gezet, en Ella eveneens. Langzamerhand was de „kinderkamer" veranderd in „Moeders kamer" en voor Ella en Frits was dit de mooiste, die er bestond. Ze kwamen er veel, want moeder was nooit moede hunne lange verhalen aan te hooren en vertelde zelve zóó mooi, dat de kinderen maar al te graag bij haar waren. En terwijl zij daar lag, dacht Mevrouw Knozee menigmaal aan den tijd, toen ze zelve kind was; toen was die kamer óok kinderkamer geweest. Al die vroolijke oogenblikken, al het pleizier en de vreugde van dien tijd, kwamen haar dan weer voor den geest.

Ze zag de meubelen die er toen stonden, de drie bedjes, van haar en hare twee zusjes, tegen den muur;

Sluiten